Column: Subsidiegeilheid

Europa subsidiebron

Regelmatig zie je het opduiken. In directiekamers, raadzalen en wethouderskantoren. Soms sluipt het langzaam een project binnen, soms is het de kurk waar een plan op drijft: subsidiegeilheid.

Een subsidie is een bijdrage (al dan niet structureel) aan een activiteit of project waarvan het economisch belang niet direct voor de hand ligt. Neem bijvoorbeeld het verbeteren van een dorpsstraat. Door zo’n verbetering voelen mensen zich prettiger en veiliger in hun eigen dorp. Dat is mooi en belangrijk, maar er is geen marktpartij die deze verbetering wil betalen. En daar komen de subsidiepotjes om de hoek.

Subsidies komen gewoonlijk vanuit de overheid. Dat is geld dat wij belastingbetalers bijeen hebben gebracht en dus vinden we dat zorgvuldigheid van het grootste belang is. Het mag natuurlijk niet over de balk gesmeten worden. Daarom zijn er strenge voorwaarden en daar begint het gedonder.

Om zo’n subsidiepot ‘maximaal leeg te trekken’ (er wordt dan gesproken van ‘optimaal gebruikmaken van bestaande regelingen’), wordt een project niet zelden uitgebreid met subsidiabele extra’s onder de noemer van Krimp, Regiovisie of Revitalisering. Het wordt een doel op zich om aan zoveel mogelijk voorwaarden van zoveel mogelijk subsidiepotjes te voldoen.

Het gevolg laat zich raden. Een project dat begon met ‘Een oplossing zoeken voor loszittende stoeptegels’ eindigt in een jaren durende grondige herinrichting van de openbare ruimte met aandacht voor niet gemotoriseerde verkeersdeelnemers. Het verschil in kosten voor één zo’n straat kan miljoenen bedragen. Toch wordt het goedgepraat met de volgende mantra’s: “Het is Europees geld” en “Relatief gezien wordt het grootste deel door het rijk betaald”. Het project groeit en intussen is iedereen al vergeten dat het begonnen is met losliggende stoeptegels. Iedereen behalve de aanwonenden, want de tegels liggen nog steeds los.

Zullen we dan maar de subsidies voor losliggende stoeptegels en andere projecten in de openbare ruimte afschaffen? Dat is te kort door de bocht, maar er moet wel iets veranderen. Ten eerste in de hoofden van de subsidievragers: die horen te focussen op het probleem dat ze willen oplossen en niet op de subsidiemogelijkheden.

Aan de andere kant stelt de subsidieverstrekker zich op als een dame die verleid wil worden: heb jij het juiste praatje, de juiste auto en het juiste pak aan? Ofwel: voldoe jij aan de voorwaarden, dan is die subsidie voor jou. Dat mechanisme, waarbij het aanbod de vraag bepaalt, zou op de helling moeten. Uitgangspunt van iedere subsidieaanvraag zou het probleem moeten zijn dat opgelost moet worden. Dat zou degelijk onderbouwd moeten worden en door de subsidieverstrekker beoordeeld worden op z’n merites, in plaats van getoetst aan zorgvuldig opgestelde regeltjes.

Het resultaat zal dan zijn dat er meer energie in het nadenken over het project dan over de regels wordt gestoken. Dat zuinigheid weer belangrijker wordt dan zorgvuldigheid. Dat een project weer past bij de omgeving in plaats van bij het ambitieniveau van de bestuurder.

Over de auteur

Kandidaat raadslid VVD Menterwolde, ondernemer, levensgenieter, blogger, social media en meer.